Hilde Graafland
Neigt uw oor en komt tot Mij;
hoort, opdat uw ziel leve
(Jesaja 55:3a)
Bezield leven. Dat mijn leven een ziel heeft,
een bron. Iets waar ik uit en voor kan leven.
Mijn ziel is mijn allereigenste zelf,
mijn allerdiepste ik.
Toch heb ik mijn ziel niet van mijzelf.
Maar van God. God gaf mij mijn ziel.
Hij geeft er ook inhoud aan. Dat ik niet zomaar leef,
voor mezelf, voor wat ik leuk vind. Maar dat ik,
op mijn allereigenste wijze, leef voor Hem
en voor Zijn doel met mij.
Daarvoor is nodig, dat ik dicht bij Hem blijf.
Dat ik steeds opnieuw naar Hem toe ga.
Luister naar Zijn stem. Hoor naar Zijn woord.
Daar mijn leven op afstem.
Dan begint het. Dan zal mijn ziel leven.
Dan leeft God door mij heen.
Dan ontvang ik – hoe mijn leven ook gaat –
een bezield leven.